Het gebouw voegt zich op een zorgvuldige manier in het landschap. Door het volume te laten verspringen volgens het stramien ontstaat een gekartelde plattegrond.
Deze ingrepen maken het mogelijk om bestaande bomen, zoals een zilverspar, te behouden en nieuwe groenstructuren toe te voegen. Het gebouw krijgt hierdoor een informele voortuin en een sterke relatie met het omliggende park.
Constructief wordt gekozen voor een heldere spantstructuur, loodrecht op de grenslijn. Deze structuur verdeelt het gebouw in drie herkenbare delen, waarin de belangrijkste functies zich aftekenen. Onder de kap ontstaat een royale en flexibele ruimte die verschillende vormen van gebruik mogelijk maakt.